ECLI:NL:GHARN:2002:AE3596
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.E. Haas
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof vermindert boete navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens overschrijding redelijke termijn
Belanghebbende diende voor het jaar 1996 een aangifte inkomstenbelasting in, ingevuld door zijn kinderen, waarbij een dubbele aftrek van onderhoudskosten en hypotheekrente werd opgegeven. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op wegens deze onjuistheden en verhoogde deze met een boete van 50% en heffingsrente.
Het Hof oordeelde dat sprake was van ambtelijk verzuim omdat de Inspecteur nagelaten had nader onderzoek te doen naar de dubbele aftrek en andere onregelmatigheden in de aangifte. Belanghebbende werd echter verweten te kwader trouw te zijn door voorwaardelijk opzet, aangezien hij wist of had moeten weten dat de aftrekposten onterecht waren.
De boete werd conform de wet opgelegd, maar het Hof matigde deze vanwege de overschrijding van de redelijke termijn van ruim 39 maanden tussen oplegging en behandeling van de zaak. De boete werd verminderd tot € 1.289,87. Tevens werd het griffierecht aan belanghebbende vergoed en werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De boete bij de navorderingsaanslag wordt gematigd tot € 1.289,87 wegens overschrijding van de redelijke termijn; navorderingsaanslag blijft in stand.