ECLI:NL:GHARN:2002:AE3878
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.M. Kooijmans
- M.C.M. de Kroon
- J.A. Wolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting en verhoging wegens niet opgegeven buitenlands vermogen
Belanghebbende was in de jaren tachtig houder van aanzienlijke bank- en effectenrekeningen in Duitsland en Zwitserland, waarvan hij het vermogen niet had opgegeven in zijn belastingaangiften. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op met een forse verhoging wegens opzettelijke onjuiste aangifte. Belanghebbende voerde aan dat het vermogen niet van hem was, maar van onbekende Polen, en dat de aanslag was gebaseerd op vermoedens en oude feiten.
Het Hof oordeelde dat uit de feiten en omstandigheden, waaronder het beheer van de rekeningen, de aanwezigheid van volmachten, en het gebruik van het vermogen, het vermoeden gerechtvaardigd is dat het vermogen van belanghebbende was. Belanghebbende slaagde er niet in dit vermoeden te ontzenuwen met overtuigend bewijs. Ook de door hem aangedragen verklaringen en getuigenverklaringen werden niet geloofwaardig geacht.
Verder werd geoordeeld dat de verhoging van 100% terecht was opgelegd vanwege de opzettelijke onjuiste aangifte. Het beroep op schending van het EVRM faalde, omdat belastingheffing niet onder artikel 6 valt Pro en het eigendomsrecht niet werd geschonden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag met verhoging wordt bevestigd.