ECLI:NL:GHARN:2002:AE3887
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- Wolt
- Punt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging standpunt inspecteur over kwalificatie woningen als voorraad in vennootschapsbelasting 1995
Belanghebbende, een beleggingsvennootschap binnen de A-groep, kocht in 1994 meerdere woningcomplexen die zij deels verkocht en deels verhuurde. De winst uit verkoop werd in de vervangingsreserve opgenomen. De inspecteur stelde echter dat de woningen als handelsvoorraad moesten worden aangemerkt, waardoor de winst direct belastbaar was.
Na correspondentie en bezwaren stelde de inspecteur in de verliesbeschikking 1995 het verlies vast zonder de winst in de vervangingsreserve te verwerken. Belanghebbende voerde aan dat de inspecteur een bindende toezegging had gedaan en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden.
Het hof oordeelde dat de woningen feitelijk bestemd waren voor uitponding, wat duidt op handelsvoorraad. De inspecteur had aanvankelijk een ander standpunt ingenomen over 1994, maar dit was geen bindende toezegging voor latere jaren. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat belanghebbende wist dat de woningen zouden worden uitgepond.
Het hof bevestigde de aanslag van de inspecteur en wees het beroep af. Er werden geen proceskosten toegewezen. Tegen deze mondelinge uitspraak is geen cassatie mogelijk.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt dat de woningen handelsvoorraad zijn en wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel af.