ECLI:NL:GHARN:2002:AE4389
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- M.C.M. de Kroon
- J.P.M. Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling pensioenvoorziening en middellijke winstuitdeling
Belanghebbende, een beheers- en exploitatiemaatschappij, maakte bezwaar tegen de door de Inspecteur vastgestelde winstcorrectie waarbij een pensioenvoorziening werd aangemerkt als een middellijke winstuitdeling. De Inspecteur stelde dat de overdracht van de pensioenverplichting aan een dochtermaatschappij met een waarde van ƒ 829.445 onzakelijk was omdat de pensioengerechtigde reeds voornemens was af te zien van zijn rechten, waardoor de waarde nihil zou zijn.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende en haar dochtervennootschap een fiscale eenheid vormden en dat de pensioenverplichting op actuarieel grondslagen was gewaardeerd. Het Hof oordeelde dat zolang de pensioenverplichting rust op de Holding, de pensioengerechtigde niet bereid zal zijn af te zien van zijn rechten, waardoor de waarde van de verplichting gelijk is aan de actuarieel berekende waarde.
Het Hof verwierp het standpunt van de Inspecteur dat sprake was van een middellijke winstuitdeling en dat de overdracht onzakelijk was. Ook het arrest van de Hoge Raad van 14 december 2001 was niet van toepassing op deze situatie. Het Hof concludeerde dat de aanslag vennootschapsbelasting over 1991 verminderd moest worden met het bedrag van de pensioenvoorziening, en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting over 1991 wordt verminderd tot een belastbaar bedrag van € 349.545.