ECLI:NL:GHARN:2002:AE4396
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J. Matthijssen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WOZ-beschikking wegens onjuiste objectafbakening en onjuiste toepassing artikel 19 Wet WOZ
Belanghebbende is eigenaresse van een vrijstaand pand dat voorheen bestond uit twee afzonderlijke onroerende zaken met elk een eigen WOZ-waarde. De ambtenaar stelde dat per 1 januari 1999 sprake was van één onroerende zaak en gaf een beschikking ex artikel 19 jo Pro 25 Wet WOZ af. Belanghebbende betwistte dit omdat een samenvoeging van twee panddelen niet via artikel 19 maar Pro via artikel 22 Wet Pro WOZ moet worden vastgesteld.
Het hof oordeelde dat de ambtenaar ten onrechte de beschikking ex artikel 19 heeft Pro genomen. De omstandigheden, waaronder een ruilverkaveling, rechtvaardigen geen beschikking op grond van artikel 19. Een herziening van de objectafbakening leidt niet tot een beschikking ex artikel 19, maar vereist een nieuwe beschikking ex artikel 22. Het hof vernietigde daarom de bestreden beschikking en de uitspraak waarvan beroep.
Daarnaast veroordeelde het hof de ambtenaar in de proceskosten van belanghebbende en gelastte vergoeding van het door belanghebbende betaalde griffierecht. Tegen deze mondelinge uitspraak is geen cassatie mogelijk, maar partijen kunnen binnen vier weken schriftelijke vastlegging van de uitspraak verzoeken.
Uitkomst: De bestreden WOZ-beschikking wordt vernietigd en de ambtenaar wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.