ECLI:NL:GHARN:2002:AE4963
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering aftrek hoog reiskostenforfait zonder openbaar-vervoerverklaring
Belanghebbende was directeur van een besloten vennootschap en reisde in 1998 gemiddeld drie keer per week van zijn woonplaats naar zijn werkplek, een afstand van meer dan 30 kilometer. Omdat hij geen rijbewijs had, maakte hij gebruik van het openbaar vervoer via meerdere routes, waarvoor geen jaar- of maandtrajectkaart kon worden aangeschaft. De NS verstrekte geen openbaar-vervoerverklaring op jaarbasis.
In zijn belastingaangifte bracht belanghebbende het hoge reiskostenforfait in aftrek, verminderd met een ontvangen reiskostenvergoeding van zijn werkgever. De Inspecteur accepteerde deze aftrek niet, omdat de wet vereist dat voor het hoge reiskostenforfait een openbaar-vervoerverklaring moet worden overlegd.
Het hof oordeelt dat deze voorwaarde een objectieve en redelijke rechtvaardiging heeft, gericht op uitvoerbaarheid en controleerbaarheid van de regeling. Belanghebbende kan daarom het hoge reiskostenforfait niet toepassen. Wel is een lager forfait van toepassing over de periode vanaf zijn indiensttreding.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd. Het hof ziet geen aanleiding voor een kostenveroordeling.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de weigering van het hoge reiskostenforfait zonder openbaar-vervoerverklaring.