ECLI:NL:GHARN:2002:AE5900
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid aanslag rioolrecht 2001 gemeente Ruurlo
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag rioolrecht 2001 van ƒ 455,-- opgelegd door de gemeente Ruurlo, stellende dat een verhoging van ƒ 100,-- onrechtmatig was omdat deze bedoeld zou zijn ter dekking van het begrotingstekort van de gemeente. Het geschil betrof uitsluitend de rechtmatigheid van de aanslag en niet het besluitvormingsproces binnen de gemeenteraad.
Het Hof stelde vast dat het aanslagbiljet rekening hield met een lastenverlichting van ƒ 100,--, de zogenoemde Zalmsnip, en dat de vaststelling en verhoging van rioolrecht tarieven een zelfstandige bevoegdheid van de gemeenteraad is. Volgens artikel 229b van de Gemeentewet mogen de geraamde baten van het rioolrecht niet hoger zijn dan de geraamde lasten.
De ambtenaar overlegde begrotingsgegevens waaruit bleek dat de geraamde rioleringskosten hoger waren dan de geraamde opbrengsten uit het rioolrecht, exclusief de eenmalige rioolaansluitrechten. Belanghebbende betwistte deze cijfers niet. Het Hof concludeerde dat de tariefstelling niet in strijd was met de wet en ook niet leidde tot een onredelijke of willekeurige heffing.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd mondeling gedaan op 17 juli 2002 door het Gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag rioolrecht 2001 is ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.