ECLI:NL:GHARN:2002:AE5906
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Lamens
- Rechtspraak.nl
Aftrek buitengewone lasten voor kosten levensonderhoud kinderen bij gescheiden ouders
Belanghebbende en zijn ex-echtgenote wonen gescheiden en voeden hun twee minderjarige kinderen gezamenlijk op. Belanghebbende bracht in zijn aangifte inkomstenbelasting 1997 een bedrag van ƒ 5.400 in aftrek voor kosten van levensonderhoud van zijn kinderen, maar de Inspecteur wees deze aftrek af omdat de kinderbijslag aan de ex-echtgenote werd toegekend.
Volgens artikel 46 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en de Uitvoeringsregeling bestaat recht op aftrek van buitengewone lasten indien de belastingplichtige geen recht op kinderbijslag heeft of dit recht niet kan uitoefenen, mits de kinderen in belangrijke mate door hem worden onderhouden. In dit geval was de kinderbijslag op grond van het Samenloopbesluit Kinderbijslag gelijk verdeeld, tenzij anders overeengekomen, wat hier niet schriftelijk was vastgelegd.
Belanghebbende had mondeling afgesproken dat de ex-echtgenote de kinderbijslag volledig zou ontvangen en werd hierover door de Sociale Verzekeringsbank geïnformeerd. Het Hof oordeelde dat belanghebbende zijn recht op kinderbijslag niet kon uitoefenen en dat hij zijn kinderen in belangrijke mate heeft onderhouden. Daarom heeft hij recht op aftrek van buitengewone lasten ter hoogte van ƒ 5.400.
De aanslag inkomstenbelasting werd verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 50.657. De stelling van belanghebbende over een lagere heffingsrente wegens computerproblemen werd verworpen. Het beroep werd gegrond verklaard en proceskosten werden toegekend.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 1997 wordt verminderd en belanghebbende krijgt recht op aftrek van buitengewone lasten voor de kosten van levensonderhoud van zijn kinderen.