ECLI:NL:GHARN:2002:AE7219
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van afvalstoffenheffing bij co-ouderschapsregeling en dubbele inschrijving
In deze zaak gaat het om de afvalstoffenheffing voor het jaar 2001 die door de gemeente Apeldoorn is opgelegd aan belanghebbende voor het perceel waar hij met zijn dochter en diens moeder woont. De dochter staat sinds 7 augustus 2001 ingeschreven op het adres van belanghebbende en verblijft op grond van een co-ouderschapsregeling zowel bij haar vader als bij haar moeder.
Belanghebbende stelt dat de heffing onterecht is omdat zijn dochter ook op het adres van haar vader staat ingeschreven en daardoor dubbel wordt belast. De Ambtenaar stelt dat de heffing is gebaseerd op de inschrijvingen in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) en dat de dochter sinds augustus 2001 niet meer op het adres van haar vader staat ingeschreven, zodat zij niet dubbel wordt meegeteld.
Het Hof oordeelt dat hoewel de dochter feitelijk gebruik maakt van twee percelen en daardoor in zekere zin dubbel wordt meegeteld, dit niet leidt tot een onrechtmatige dubbele belastingheffing. De belastingplichtigen zijn immers afzonderlijk betrokken bij de heffing en de forfaitaire tariefstelling brengt een zekere ruwheid met zich mee. Bovendien is het vaststellen van tarieven een zelfstandige bevoegdheid van de gemeenteraad, en is geen sprake van een onredelijke of willekeurige heffing.
Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afvalstoffenheffing 2001 wordt ongegrond verklaard.