ECLI:NL:GHARN:2002:AE9080
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Lamens
- H.E. Koning
- W.A.P. Nieuwenhuizen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van heffing havengelden per reis door gemeente Hengelo
Belanghebbende, eigenaresse van het motorschip, maakte in juli 1999 vier keer gebruik van de haven van Hengelo, waarvoor vier keer havengeld werd geheven. Zij betwistte de heffing en stelde dat de aanslag onredelijk was en in strijd met de Gemeentewet, met name artikel 229b, en dat de bestreden uitspraak onzorgvuldig tot stand was gekomen.
Het Hof stelde vast dat de Verordening haven-, kade- en opslaggeld 1995 de heffing per reis voorschrijft, waarbij een reis het binnenkomen en verlaten van het gemeentelijk vaarwater omvat. De heffing per reis is niet onredelijk of willekeurig, omdat het in- en uitvaren kosten veroorzaakt, zoals baggeren en onderhoud van de haven. De veronderstelling van belanghebbende dat binnen 14 dagen slechts één keer havengeld geheven mag worden, werd verworpen.
Verder concludeerde het Hof dat de geraamde baten van de havengelden niet de lasten overtreffen, waarmee artikel 229b van de Gemeentewet niet is geschonden. De klacht over onzorgvuldigheid en strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur werd als te algemeen en ongegrond verworpen.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.