ECLI:NL:GHARN:2002:AE9856
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling teruggaaf vermogensbelasting bij buitenlandse onroerende zaken
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de beschikking van de Inspecteur die een teruggaaf vermogensbelasting verleende. Het geschil betrof de wijze waarop de teruggaaf moest worden berekend, met name of het in Zwitserland belaste inkomen uit onroerende zaken moest worden geëlimineerd.
Belanghebbende stelde zich op het standpunt dat het Verdrag tussen Nederland en Zwitserland de belastingheffing over deze inkomsten aan Zwitserland toewijst, waardoor deze niet tot het Nederlandse belastbare inkomen behoren. De Inspecteur betoogde dat het wereldinkomen van belanghebbende in Nederland wordt belast en dat de Zwitserse huuropbrengsten voor de toepassing van artikel 14, vijfde lid, van de Wet vermogensbelasting tot het belastbare inkomen behoren.
Het Hof oordeelde dat het begrip inkomstenbelasting in artikel 14, vijfde lid, van de Wet betrekking heeft op de Nederlandse inkomstenbelasting na toepassing van wettelijke bepalingen en verdragen. Het Verdrag met Zwitserland wijzigt niet de wijze waarop het belastbare inkomen en de verschuldigde belasting worden vastgesteld voor binnenlandse belastingplichtigen. Ook de subsidiaire argumenten van belanghebbende werden verworpen.
Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de Inspecteur. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd.