ECLI:NL:GHARN:2002:AF0237
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering vennootschapsbelasting en boete wegens te late aangifte
Belanghebbende diende haar aangifte vennootschapsbelasting 1996 niet tijdig in, ondanks een aanmaning van de Inspecteur. De Inspecteur stelde daarop ambtshalve een aanslag vast van ƒ 200.000. Belanghebbende diende later alsnog een aangiftebiljet in, maar gaf geen reactie op vragen over de vermogensaansluiting.
Het Hof oordeelde dat op grond van artikel 27e AWR het beroep in beginsel moet worden afgewezen wegens het niet tijdig indienen van de aangifte, tenzij belanghebbende bewijs levert dat de aanslag onjuist is. Belanghebbende leverde dit bewijs niet, maar het Hof achtte aannemelijk dat de Inspecteur redelijk handelde met de vaststelling van het belastbare bedrag.
Wel stelde het Hof dat de Inspecteur bij het vaststellen van de aanslag rekening had moeten houden met een compensabel verlies ultimo 1995 van ƒ 526.871, waardoor het belastbare bedrag op nihil moet worden gesteld. Tevens werd de opgelegde boete wegens te late aangifte verminderd van ƒ 250 tot € 11,34 conform het geldende boetebeleid.
Het Hof vernietigde de bestreden uitspraak, stelde de aanslag en boete naar beneden bij en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en het griffierecht.
Uitkomst: Aanslag vennootschapsbelasting verminderd tot nihil en boete verlaagd tot € 11,34.