ECLI:NL:GHARN:2002:AF0567
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M. Steeg
- A. van den Heuvel
- P. de Vries
- Rechtspraak.nl
Toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling in hoger beroep
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem op 23 mei 2002 uitspraak gedaan in hoger beroep over de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling voor de appellant, aangeduid als X. Het hoger beroep was ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank te Zwolle, waarin het verzoek van X. tot toepassing van de schuldsaneringsregeling was afgewezen. De rechtbank had geoordeeld dat X. niet persisteerde bij haar verzoek, omdat zij niet ter zitting was verschenen, ondanks dat zij behoorlijk was opgeroepen. X. voerde echter aan dat zij de oproep had ontvangen, maar dat zij door haar ex-vriend ernstig werd bedreigd en zich genoodzaakt voelde om onder te duiken. Ze stelde dat ze de oproep voor de zitting van 2 april 2002 nooit had ontvangen.
Het hof oordeelde dat het enkele feit dat X. niet ter zitting was verschenen, niet mocht leiden tot de conclusie dat haar verzoek als ingetrokken moest worden beschouwd. Het hof benadrukte dat het niet verschijnen van de schuldenaar complicaties kan opleveren voor de beoordeling van het verzoek, maar dat dit niet automatisch betekent dat het verzoek moet worden afgewezen. In dit geval was er geen gegronde vrees dat X. haar schuldeisers zou benadelen of haar verplichtingen niet zou nakomen. Het hof vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing ten aanzien van X.
De uitspraak van het hof is van belang voor de interpretatie van de toelatingscriteria voor de schuldsaneringsregeling en benadrukt dat de omstandigheden van de schuldenaar in overweging moeten worden genomen, vooral wanneer er sprake is van bedreiging en andere persoonlijke omstandigheden die het verschijnen op zittingen kunnen beïnvloeden.