ECLI:NL:GHARN:2002:AF1059
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Makkink
- Van Loo
- Wesseling-Lubberink
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor groepsgeweld en schadevergoeding na mishandeling
Op 12 oktober 1991 werden geïntimeerde en zijn broer in Nijmegen door appellant A, appellant B en een derde inzittende gezamenlijk geslagen en geschopt, waarbij geïntimeerde letsel opliep. Het hof bevestigt dat dit geweld onder artikel 6:166 BW Pro valt, waardoor appellanten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade.
De appellanten voerden verweer tegen hun aansprakelijkheid, onder meer op grond van eigen schuld van geïntimeerde en geringe betrokkenheid, maar deze grieven werden verworpen. Het hof oordeelde dat het groepsgeweld onrechtmatig was en dat de bijdragen van appellanten voldoende samenhang vertoonden om aansprakelijkheid te dragen.
Medische rapportages van deskundigen bevestigden een causaal verband tussen het geweld en de cognitieve en psychische klachten van geïntimeerde, waaronder een aanpassingsstoornis en blijvende invaliditeit van 5%. De grieven tegen de schadebegroting en de toekenning van wettelijke rente werden eveneens afgewezen.
Het hof bekrachtigde het tussenvonnis en het eindvonnis van de rechtbank Arnhem en veroordeelde appellanten in de kosten van het hoger beroep. Appellant B werd niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen een tussenvonnis.
De uitspraak bevestigt de toepassing van artikel 6:166 BW Pro voor groepsgeweld en onderstreept de aansprakelijkheid van groepsleden voor de schade die voortvloeit uit gezamenlijk gepleegd geweld.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de aansprakelijkheid van appellanten voor groepsgeweld en wijst de schadevergoeding toe aan geïntimeerde.