ECLI:NL:GHARN:2002:AF1105
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Lamens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1997 makelaar winstneming courtage
Belanghebbende, een makelaar in onroerende zaken die tevens optreedt als tussenpersoon bij het afsluiten van hypotheken, betwistte de navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 1997. Hij nam als tijdstip van winstneming de datum van de notariële leveringsakte, omdat zijn actieve bemoeienis dan eindigt. De Inspecteur stelde dat volgens goed koopmansgebruik de courtage als winst moet worden verantwoord in het jaar waarin de declarabele vordering ontstaat, namelijk bij het sluiten van de voorlopige koopovereenkomst.
Tijdens de zitting trok belanghebbende zijn primaire verweer tegen de navorderingsaanslag (het ontbreken van een nieuw feit) in. Hij erkende dat volgens de voorwaarden voor makelaars het recht op courtage ontstaat bij het sluiten van de voorlopige koopovereenkomst en dat hij geen extra vergoeding ontvangt voor werkzaamheden na dat moment. Het hof concludeerde dat belanghebbende op dat moment een opeisbare vordering heeft en in overeenstemming met goed koopmansgebruik de winst moet nemen.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard. Het hof oordeelde dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel onvoldoende feitelijk onderbouwd was en dat de Inspecteur terecht het bedrag van ƒ 30.000 als extra winst had belast. Er werden geen proceskosten toegewezen. Tegen de mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1997 wordt ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.