ECLI:NL:GHARN:2002:AF1258

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
16 oktober 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00-01570
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Wet op belastingen van rechtsverkeerArt. 52 Wet op belastingen van rechtsverkeerArt. 8:75 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling waarde economische verkeer voor overdrachtsbelasting bij verkrijging onroerende zaak

In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal hoe de waarde van een onroerende zaak voor de berekening van overdrachtsbelasting moet worden vastgesteld. Volgens het Gerechtshof Arnhem dient de waarde te worden bepaald als de prijs die bij aanbieding ten verkoop op de meest geschikte wijze en na de beste voorbereiding door de meestbiedende gegadigde zou zijn besteed, conform vaste jurisprudentie en de artikelen 9, eerste lid, en 52 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer.

Belanghebbende voerde aan dat de feitelijke bewoning van de woning door haar en haar echtgenoot, de samenwoningverplichting uit het familierecht en de noodzaak van toestemming van de andere echtgenoot voor vervreemding de waarde zouden beïnvloeden. Het hof verwierp deze argumenten en stelde dat deze omstandigheden de waarde in het economische verkeer niet beïnvloeden.

Het hof concludeerde dat de bestreden naheffingsaanslag terecht aan belanghebbende is opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens oordeelde het hof dat er geen gronden zijn voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze mondelinge uitspraak is geen cassatieberoep mogelijk, tenzij de uitspraak schriftelijk wordt vervangen binnen vier weken na verzending.

Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
tiende enkelvoudige belastingkamer
nummer 00/01570
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende : [X]
te : [Z]
verweerder : de Inspecteur van de Belastingdienst/Grote Ondernemingen [P]
aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar
betreft : overdrachtsbelasting
nummer : [01]
mondelinge behandeling : op 2 oktober 2002 te Arnhem
waarbij verschenen : [belanghebbendes gemachtigde alsmede de Inspecteur]
gronden:
1. De ter zake van de verkrijging van de onderhavige onroerende zaak verschuldigde overdrachtsbelasting wordt berekend over de waarde van deze onroerende zaak ten tijde van de verkrijging. Onder waarde dient te worden verstaan de waarde in het economische verkeer (artikelen 9, eerste lid en 52 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer).
2. Onder waarde in het economische verkeer moet volgens vaste jurisprudentie worden verstaan "de prijs die bij aanbieding ten verkoop op de meest geschikte wijze en na de beste voorbereiding door de meestbiedende gegadigde zou zijn besteed".
3. Anders dan belanghebbende betoogt, wordt de prijsbepaling door deze meestbiedende gegadigde - de waarde in het economische verkeer derhalve - niet beïnvloed (vergelijk in dit verband onder meer HR 24 september 1997, nr. 30 322, BNB 1997/351):
- door de omstandigheid dat de woning ten tijde van de verkrijging feitelijk - dat wil zeggen niet krachtens een persoonlijk of zakelijk recht van bewoning - werd bewoond door belanghebbende en haar echtgenoot;
- door de ingevolge het familierecht op echtgenoten rustende verplichting tot samenwoning, en
- door de omstandigheid dat een woning niet zonder toestemming van de andere echtgenoot kan worden vervreemd.
4. Het gelijk is mitsdien aan de zijde van de Inspecteur. De bestreden naheffingaanslag is terecht aan belanghebbende opgelegd.
5. slotsom:
Het beroep is ongegrond.
proceskosten:
Het Hof acht geen termen aanwezig voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
beslissing:
Het Gerechtshof verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2002 door mr. R. den Ouden, lid van de tiende enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. L.A. Aalbersberg als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, Het lid van de voormelde kamer,
(L.A. Aalbersberg) (R. den Ouden)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 29 oktober 2002
Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het Gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het Gerechtshof verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het Gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.
De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.