ECLI:NL:GHARN:2002:AF1829
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J. Matthijssen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rentevrijstelling en saldering bij hypothecaire lening voor woningverbetering
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de toepassing van de rentevrijstelling op de inkomstenbelasting 1998 centraal. Belanghebbende had rente ontvangen en betaald, onder meer in verband met hypothecaire schulden voor woningverbetering. Het geschil betrof de vraag in hoeverre betaalde rente gesaldeerd moest worden met ontvangen rente, en welke rente als aftrekbaar kon worden toegerekend.
Het hof stelde vast dat betaalde rente over het deel van de lening dat in depot werd gehouden en rente opleverde, zoveel mogelijk moest worden toegerekend aan de ontvangen depotrente. Alleen voor rente op hypothecaire schulden die schriftelijk konden worden gestaafd als zijnde voor woningverbetering of onderhoud gold een uitzondering. Niet met schriftelijke bescheiden gestaafde uitgaven leidden tot saldering.
De Inspecteur had aannemelijk gemaakt dat toepassing van deze uitgangspunten resulteerde in een rentevrijstelling van ƒ 606,-. Belanghebbende had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er landelijk of lokaal beleid was dat van deze wettelijke regeling afweek.
Het hof vernietigde de eerdere uitspraak, verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van € 52.352,62, en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende. De mondelinge uitspraak kan op verzoek worden vervangen door een schriftelijke, maar heroverweging is uitgesloten.
Uitkomst: De aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen van € 52.352,62 met een rentevrijstelling van ƒ 606,-.