ECLI:NL:GHARN:2002:AF2275
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Fokker
- Knottnerus
- Wefers Bettink
- Rechtspraak.nl
Arbeidsduurvermindering werknemer toewijzen ondanks bezwaren werkgever
In deze zaak vordert de werknemer (appellante) in hoger beroep dat haar werkgever (geïntimeerde) wordt veroordeeld tot vermindering van haar arbeidsduur tot 20 uur per week. De werkgever had dit verzoek afgewezen met verwijzing naar zwaarwegende bedrijfsbelangen.
Het hof beoordeelt of de werkgever terecht het verzoek heeft afgewezen op grond van de Wet Aanpassing Arbeidsduur (WAA). Het hof concludeert dat de werkgever onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er zwaarwegende bedrijfsbelangen bestaan die de vermindering van arbeidsduur verhinderen. De door de werkgever aangevoerde argumenten zoals mogelijke precedentwerking, efficiencyverlies, organisatorische problemen en hogere kosten worden gemotiveerd weerlegd.
De werknemer heeft tijdens haar ouderschapsverlof reeds 20 uur per week gewerkt zonder negatieve commerciële gevolgen. Ook de omzetcijfers en de relatie met klanten ondersteunen de stelling van de werknemer. Het hof wijst het verzoek tot spreiding van de uren af omdat overleg met een tweede parttime medewerker nodig is.
De werkgever wordt veroordeeld de arbeidsduur van de werknemer binnen één maand na betekening van het arrest te verminderen tot 20 uur per week, onder verbeurte van een gematigde dwangsom. De kosten van beide instanties worden aan de werkgever opgelegd. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De werkgever wordt veroordeeld de arbeidsduur van de werknemer binnen één maand te verminderen tot 20 uur per week.