ECLI:NL:GHARN:2002:AF2721
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof vermindert WOZ-waarde woning na bezwaar over taxatie en waardebepaling
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de gemeente was vastgesteld op ƒ 781.000 met waardepeildatum 1 januari 1999. De gemeente baseerde deze waarde op een taxatieverslag en een vergelijkbaar object aan de [b-weg 2]. Echter, uit het taxatieverslag en het verweerschrift bleek niet duidelijk hoe de waarde van belanghebbendes woning was afgeleid van de verkoopprijs van het vergelijkingspand.
Belanghebbende overlegde een taxatieverslag van 21 oktober 1999, opgesteld in het kader van de Successiewet, waarin de waarde van de woning op 25 januari 1999 werd vastgesteld op ƒ 775.000. Hij verzocht de waarde aan te passen naar aanleiding van landelijke prijsstijgingen en stelde dat de waardering volgens de Successiewet gelijk moet zijn aan die volgens de Wet WOZ.
De gemeente bestreed dit en voerde aan dat de waardering volgens de Successiewet niet automatisch tot aanpassing van de WOZ-waarde leidt, mede omdat in het taxatieverslag rekening was gehouden met een zakelijke recht, die volgens de WOZ-regels buiten beschouwing moet blijven. Het hof oordeelde dat de gemeente onvoldoende had gemotiveerd dat deze zakelijke recht geen waardevermindering inhoudt.
Het hof stelde vast dat beide taxatieverslagen door deskundigen waren opgesteld en geen reden gaf om het ene verslag zwaarder te laten wegen dan het andere. De waarde werd daarom in goede justitie vastgesteld op ƒ 770.000. Tevens werd het griffierecht aan belanghebbende vergoed en de Staat aangewezen als de partij die dit moet betalen. Tegen deze mondelinge uitspraak is geen cassatie mogelijk.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning is verminderd tot ƒ 770.000 en het griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.