ECLI:NL:GHARN:2002:AF3204
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Lamens
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek verlies achtergestelde lening als beroepskosten bij inkomstenbelasting
Belanghebbende was financieel directeur bij twee dochtermaatschappijen van een concern waarvan de moedermaatschappij failliet werd verklaard. Hij had in 1999 een verlies geleden op een achtergestelde lening aan de moedermaatschappij en wilde dit verlies als beroepskosten aftrekken van zijn belastbaar inkomen.
De Inspecteur corrigeerde deze aftrek en stelde het belastbaar inkomen vast zonder het volledige verlies in aftrek te brengen. Het geschil betrof de vraag of het verlies op de lening kon worden aangemerkt als kosten tot behoud van inkomsten ingevolge artikel 35 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Het hof stelde vast dat kosten tot behoud van inkomsten alle uitgaven zijn die worden gedaan om te voorkomen dat inkomsten uit een bepaalde bron verminderen of ophouden, mits deze uitgaven als lasten op die inkomsten kunnen worden beschouwd. In dit geval had belanghebbende een vordering op de werkgever verkregen door de lening, waardoor het verlies op een privévermogenbestanddeel betrekking had en niet als beroepskosten aftrekbaar was.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten toegewezen. Tegen de mondelinge uitspraak is geen cassatie mogelijk, tenzij deze wordt vervangen door een schriftelijke uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de weigering tot aftrek van het verlies op de achtergestelde lening wordt ongegrond verklaard.