ECLI:NL:GHARN:2002:AF3498
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Smeeïng-Van Hees
- Van der Kwaak
- Aubel
- Rechtspraak.nl
Geschil over mandeligheid gracht en verwijdering terrassen in Almere
In deze zaak gaat het om een geschil tussen [appellante] B.V. en meerdere eigenaren van woningen (geïntimeerden) aan een gracht in Almere. De kern van het geschil betreft de vraag of de gehele gracht mandelig is en of [appellante] zonder toestemming heipalen en terrassen in deze gracht mocht aanbrengen.
De rechtbank had [appellante] veroordeeld tot verwijdering van de heipalen en terrassen en een dwangsom opgelegd. [appellante] ging hiertegen in hoger beroep en stelde onder meer dat slechts een deel van de gracht mandelig was en dat zij beschikte over bouwvergunningen voor de terrassen.
Het hof oordeelde dat uit de leveringsakten en de rectificatieakte blijkt dat de gehele gracht mandelig is, en dat [appellante] slechts een onverdeeld aandeel daarin kon verkrijgen. De bouwvergunningen voor de terrassen konden de aanleg daarvan jegens de geïntimeerden niet rechtvaardigen. Het hof vernietigde het vonnis voor wat betreft de termijn voor verwijdering en stelde deze op zes weken, verhoogde de dwangsom en veroordeelde [appellante] in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof veroordeelt [appellante] tot verwijdering van heipalen en terrassen binnen zes weken met een dwangsom van €10.000,- per dag bij niet-naleving.