ECLI:NL:GHARN:2002:AO6434
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- S-Van H
- v.d. K
- W.F.
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-melding van fraudeschuld en misbruik
B werd toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks een bekende fraudeschuld aan de Sociale Dienst. Later bleek dat B ook een fraudeschuld aan UWV had verzwegen bij de aanvraag, wat leidde tot een verzoek tot beëindiging van de regeling.
De rechtbank beëindigde de schuldsaneringsregeling van B, waarna B in hoger beroep ging. Het hof oordeelde dat B niet te goeder trouw was omdat hij de fraudeschuld aan UWV niet had gemeld en hiervoor strafrechtelijk was veroordeeld. Dit niet-melden leidde tot een onterechte toelating tot de regeling, wat misbruik oplevert.
Het hof stelde vast dat, indien de rechtbank destijds op de hoogte was geweest van de fraudeschuld aan UWV, B niet tot de regeling zou zijn toegelaten. De omvang en ernst van de fraudeschulden rechtvaardigen de beëindiging. Psychosociale omstandigheden en de gevolgen voor de partner van B wegen niet op tegen deze belangen.
Daarom bekrachtigde het hof het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot verlenging van de regeling af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-melding van fraudeschuld en wijst het verzoek tot verlenging af.