ECLI:NL:GHARN:2002:AO6486

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
20 december 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
864 / 02
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H. Van B
  • W. M
  • Van M
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks eerdere veroordeling tot schadevergoeding

In deze zaak stond de vraag centraal of appellant, ondanks een eerdere veroordeling tot betaling van schadevergoeding wegens mishandeling, toegelaten kon worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank Utrecht had het verzoek daartoe afgewezen omdat appellant niet te goeder trouw zou zijn geweest bij het ontstaan van een groot aantal schulden, waaronder een schuld van ruim tienduizend euro aan Van G.

Het hof heeft echter geoordeeld dat er goede hoop bestaat op een positieve verandering in het leven van appellant, mede door de ondersteuning van het Leger des Heils. Het hof achtte het aannemelijk dat zonder toelating tot de schuldsaneringsregeling de situatie van appellant zou verslechteren, waardoor schuldeisers, waaronder Van G, mogelijk helemaal geen betaling zouden ontvangen.

Appellant heeft tijdens de zitting toegezegd ook na afloop van het verplichte contact met de reclassering vrijwillig contact te zullen blijven houden. Tevens is gebleken dat appellant een Melkertbaan heeft met uitzicht op vast werk en een eigen woning, hoewel hij tijdelijk elders verblijft vanwege afgesloten elektriciteit. De advocaat van appellant en die van Van G waren het eens over betaling van de schuld na afloop van de schuldsaneringsregeling.

Het hof vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde de wettelijke schuldsaneringsregeling alsnog van toepassing op appellant. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank Utrecht voor verdere afhandeling met inachtneming van het arrest.

Uitkomst: Het hof heeft appellant alsnog toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks eerdere veroordeling tot schadevergoeding.

Uitspraak

ARREST van 20 december 2002
in de zaak met rekestnummer 864 / 02
van
............. wonende aan de
doch verblijvende aan
te
APPELLANT
Procureur: mr. C. De R
1 Het geding in hoger beroep
1.1 Appellant - - is bij per fax op 26 september 2002 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank te Utrecht van 18 september 2002 met rekestnummer 150168/FT RK 02-984, waarbij de rechtbank het verzoek tot van toepassing verklaring van de schuldsaneringsregeling heeft afgewezen.
1.2. Het hoger beroep is behandeld ter terechtzitting van 25 oktober 2002. Bij deze zitting is niet verschenen, doch zijn raadsman mr. T.B , advocaat te Utrecht is wel verschenen. De behandeling van het hoger beroep is voortgezet op 17 december 2002, waarbij is verschenen, bijgestaan door bovengenoemd advocaat. Voorts is verschenen mevrouw M.V ,
reclasseringsambtenaar verbonden aan de Reclassering Leger des Heils te Utrecht.
2. De gronden van de beslissing
2.1 De rechtbank heeft in de uitspraak waarvan beroep het verzoek van om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling afgewezen – kort gezegd- omdat ten aanzien van het ontstaan van een groot aantal schulden, waaronder met name een schuld van EURO 10.594,02 aan W Van G niet te goeder trouw is geweest.
2.2. De schuld aan Van G is ontstaan omdat van G op 16 januari 2000 heeft mishandeld.
Bij vonnis van 22 mei 2002 van de rechtbank Utrecht is veroordeeld om aan Van G ter zake van die mishandeling dat bedrag aan schadevergoeding te betalen. Het vonnis is inmiddels in kracht van gewijsde gegaan.
2.3 Ter zitting in hoger beroep is gebleken dat op 4 januari 2002 uit detentie gekomen en op verplichte basis contact onderhoudt met de Reclassering Leger des Heils te Utrecht in de persoon van Mevrouw M.V
2.4 Ter terechtzitting in hoger beroep heeft V verklaard dat zich in het algemeen goed aan de afspraken houdt maar dat de omstandigheid dat hij hoge schulden heeft, zwaar op hem drukt. Een en ander is in een rapport van het Leger des Heils nader beschreven.
2.5 heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat thans een Melkertbaan heeft als chauffeur met zicht op vast werk. Ook de rapportage van het Leger des Heisl wijst op deze baan. Hij heeft een eigen woning maar daar is thans de electriciteitsvoorziening afgesloten omdat hij een schuld heeft aan het nutsbedrijf. Daarom verblijft hij tijdelijk elders.
2.6 De advocaat van is in onderhandeling getreden met de advocaat van Van G en daaruit is naar voren gekomen dat Van G ook genoegen neemt met (verdere) betaling van zijn vordering na afloop van de termijn van drie jaar van de schuldsaneringsregeling. Het hof heeft er goede nota van genomen dat heeft verklaard dat hij, ook indien hij wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, er voor zorg zal dragen dat het bedrag groot EURO 10.594,02 tot betaling waarvan hij door de rechtbank in Utrecht is veroordeeld volledig zal worden betaald.
2.7 Het hof is van oordeel dat er, met name gelet op de hulp en steun van het Leger des Heils, goede hoop is op een keer ten goede in het leven van . Hierbij komt dat het hof – met het Leger des Heils - de overtuiging heeft dat de situatie van als hij niet zou worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, zodanig zal verslechteren dat zijn schuldeisers, en dus ook Van G , in het geheel geen geld zullen ontvangen.
Het hof zal het verzoek van derhalve alsnog toewijzen.
Daarbij gaat het hof er van uit dat , zoals hij ter terechtzitting in hoger beroep heeft toegezegd, ook na afloop van het verplichte contact met de reclassering van het Leger des Heils op vrijwillige basis contact zal blijven houden. V heeft namens de Reclassering Leger des Heils in dit verband verklaard dat dit mogelijk is en dat zij daarover al contact had gehad met een collega, die bereid was deze taak te vervullen.
3 De beslissing
Het hof:
vernietigt de uitspraak waarvan beroep;
verklaart alsnog van toepassing de wettelijke schuldsaneringsregeling op ;
verwijst de zaak naar de rechtbank Utrecht om te worden voortgezet met inachtneming van het in dit arrest overwogene.
Dit arrest is gewezen door mrs. H. Van B ,W. M en Van M , en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het hof
op 20 december 2002 in tegenwoordigheid van griffier.