ECLI:NL:GHARN:2002:AO6486
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H. Van B
- W. M
- Van M
- Rechtspraak.nl
Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks eerdere veroordeling tot schadevergoeding
In deze zaak stond de vraag centraal of appellant, ondanks een eerdere veroordeling tot betaling van schadevergoeding wegens mishandeling, toegelaten kon worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank Utrecht had het verzoek daartoe afgewezen omdat appellant niet te goeder trouw zou zijn geweest bij het ontstaan van een groot aantal schulden, waaronder een schuld van ruim tienduizend euro aan Van G.
Het hof heeft echter geoordeeld dat er goede hoop bestaat op een positieve verandering in het leven van appellant, mede door de ondersteuning van het Leger des Heils. Het hof achtte het aannemelijk dat zonder toelating tot de schuldsaneringsregeling de situatie van appellant zou verslechteren, waardoor schuldeisers, waaronder Van G, mogelijk helemaal geen betaling zouden ontvangen.
Appellant heeft tijdens de zitting toegezegd ook na afloop van het verplichte contact met de reclassering vrijwillig contact te zullen blijven houden. Tevens is gebleken dat appellant een Melkertbaan heeft met uitzicht op vast werk en een eigen woning, hoewel hij tijdelijk elders verblijft vanwege afgesloten elektriciteit. De advocaat van appellant en die van Van G waren het eens over betaling van de schuld na afloop van de schuldsaneringsregeling.
Het hof vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde de wettelijke schuldsaneringsregeling alsnog van toepassing op appellant. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank Utrecht voor verdere afhandeling met inachtneming van het arrest.
Uitkomst: Het hof heeft appellant alsnog toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks eerdere veroordeling tot schadevergoeding.