ECLI:NL:GHARN:2003:AF3590
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Houtman
- Van der Kwaak
- Hilverda
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake mededelingsplicht en dwaling bij vaststellingsovereenkomst
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of Mega Electronic Europe B.V. (Mega) haar mededelingsplicht had geschonden jegens geïntimeerde bij het aangaan van een vaststellingsovereenkomst, waardoor geïntimeerde zich op dwaling kon beroepen. Mega had financiële gegevens, waaronder balansen per 31 december 1992 en 30 augustus 1993, aan geïntimeerde overgelegd.
De rechtbank had geoordeeld dat een debiteur verplicht is om een crediteur volledig in te lichten over zijn financiële situatie, maar het hof corrigeerde dit en stelde dat de mededelingsplicht niet zo ver gaat dat een debiteur verantwoording moet afleggen over zijn financiële handel en wandel in het verleden en heden.
Het hof concludeerde dat Mega haar mededelingsplicht had nageleefd en dat geen bewijs was geleverd van relevante schending. De vordering van geïntimeerde werd daarom afgewezen, het vonnis van 16 augustus 2001 vernietigd en het vonnis van 30 september 1999 bekrachtigd. Geïntimeerde werd veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De vordering van geïntimeerde wordt afgewezen wegens het ontbreken van een relevante schending van de mededelingsplicht door Mega.