ECLI:NL:GHARN:2003:AF6627
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen uitspraak op bezwaar waterschapsomslag 1999 wegens strijd met artikel 131 Waterschapswet
Belanghebbende is eigenaar van twee onroerende zaken waarvoor de WOZ-waarde is vastgesteld door de heffingsambtenaar van de gemeente. Tegen deze WOZ-beschikkingen en de daarop gebaseerde aanslagen waterschapsomslag 1999 is bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft op het bezwaar uitspraak gedaan terwijl de WOZ-beschikking nog niet onherroepelijk was geworden.
Artikel 131 van Pro de Waterschapswet bepaalt dat in gevallen waarin bezwaar is gemaakt tegen zowel de WOZ-beschikking als de waterschapsomslag, de uitspraak op het bezwaar tegen de waterschapsomslag pas mag worden gedaan nadat de WOZ-beschikking onherroepelijk is geworden. Dit om dubbele procedures te voorkomen.
Het hof oordeelt dat de uitspraak op bezwaar in strijd is met deze wettelijke bepaling en vernietigt de bestreden uitspraak. Tevens wordt het waterschap veroordeeld tot vergoeding van het door belanghebbende betaalde griffierecht. Tegen deze mondelinge uitspraak is geen cassatieberoep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd wegens strijd met artikel 131 van de Waterschapswet.