ECLI:NL:GHARN:2003:AF6676
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- M.C.M. de Kroon
- J.P.M. Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag inkomstenbelasting na verkoop economische eigendom kantoorpand
Belanghebbende, voormalig directeur en enig aandeelhouder van een BV, betwistte de door de Inspecteur opgelegde aanslag inkomstenbelasting over 1996. De discussie betrof de waardering van de economische eigendom van een kantoorpand dat door de BV aan belanghebbende werd terugverkocht voor ƒ 350.000, terwijl de werkelijke waarde volgens de Inspecteur aanzienlijk hoger lag.
Het Hof stelde vast dat de transacties tussen belanghebbende en de BV zakelijk moesten plaatsvinden, alsof tussen onafhankelijke derden. De Inspecteur maakte aannemelijk dat de waarde van de economische eigendom ten tijde van de verkoop minstens ƒ 430.000 bedroeg, mede gebaseerd op taxatierapporten en verkooptransacties na die datum.
Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat de lagere waarde van ƒ 350.000 reëel was, en het Hof oordeelde dat er sprake was van een bevoordeling van ten minste ƒ 80.000. Deze bevoordeling werd aangemerkt als een uitdeling van winst die bij belanghebbende als belastbaar inkomen moest worden gerekend.
Het Hof bevestigde daarom de aanslag en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd belanghebbende niet in de proceskosten veroordeeld.
De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Arnhem op 24 februari 2003.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt bevestigd.