ECLI:NL:GHARN:2003:AF7066
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Katz-Soeterboek
- Van Ginkel
- Wammes
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt levering woning aan appellant zonder tegenprestatie uit nalatenschap
In deze civiele zaak stond centraal of de woning, gelegen aan een adres te een woonplaats, tot de nalatenschap behoorde en wie daarvan eigenaar was. Appellant stelde dat hij economisch eigenaar was en dat de woning niet tot de nalatenschap behoorde, terwijl geïntimeerden dit betwistten. Het hof oordeelde dat appellant op grond van een in 1980 gesloten overeenkomst recht heeft op levering van de woning zonder verdere betaling.
De feiten wezen uit dat de vader van appellant in 1978 de woning kocht, omdat de woningbouwvereniging niet aan appellant wilde verkopen. Appellant droeg alle financiële lasten en onderhoudskosten, maar de woning stond op naam van zijn vader, die deze later via testament aan de moeder overdroeg. Appellant voerde aan dat hij door verjaring eigenaar was geworden, maar het hof verwierp dit omdat hij niet als bezitter te goeder trouw kon worden aangemerkt.
Het hof stelde vast dat de woning wel tot de nalatenschap behoort, maar dat appellant op grond van de overeenkomst uit 1980 een kooprecht had uitgeoefend dat een koopovereenkomst tot stand bracht. Hierdoor moet de woning aan appellant worden geleverd zonder dat hij nog een tegenprestatie hoeft te verrichten. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat de woning aan appellant geleverd moet worden zonder tegenprestatie en compenseert de proceskosten.