ECLI:NL:GHARN:2003:AF7145
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- J.A. Monsma
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen naheffingsaanslag loonbelasting wegens niet-erkende diensttijd
Belanghebbende, Beheermaatschappij X B.V., maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd voor de jaren 1998 en 1999. De aanslag betrof een bedrag van ƒ 13.022, waarvan na bezwaar ƒ 9.502 aan loonbelasting in geschil bleef. De naheffingsaanslag volgde uit een boekenonderzoek bij een dochteronderneming, X-2 B.V., die een schildersbedrijf exploiteert.
In geschil stond of de tijdelijke onderbrekingen van werkzaamheden in de wintermaanden, waarbij werknemers een WW-uitkering ontvingen, als diensttijd in de zin van artikel 11, eerste lid, onder q, van de Wet op de loonbelasting 1964 konden worden beschouwd. Belanghebbende stelde dat deze perioden als diensttijd moesten worden gerekend, waardoor de diensttijdvrijstelling op de uitkering van ƒ 2.500 per werknemer van toepassing zou zijn.
Het Hof oordeelde dat gedurende de perioden van tijdelijke werkonderbreking geen dienstbetrekking bestond omdat er geen arbeid werd verricht en geen loon werd betaald. De cumulatieve criteria voor dienstbetrekking (arbeidsplicht, gezagsverhouding en loonbetaling) waren niet vervuld. Daarom konden deze perioden niet als diensttijd worden aangemerkt en was de vrijstelling niet van toepassing.
Het beroep van belanghebbende op het gelijkheidsbeginsel en redelijkheid en billijkheid werd eveneens verworpen. Het Hof stelde dat het begrip diensttijd strikt volgens de wet moet worden uitgelegd en dat de omstandigheden van tijdelijke werkonderbreking vanwege weersomstandigheden hieraan niets wijzigen.
Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en wees een kostenveroordeling af. De uitspraak werd op 28 februari 2003 gedaan door mr. N.E. Haas, mr. J.A. Monsma en mr. W.M.G. Visser.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag loonbelasting wordt ongegrond verklaard omdat de tijdelijke werkonderbrekingen niet als diensttijd gelden.