ECLI:NL:GHARN:2003:AF7395
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C.M. de Kroon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens dubbele aftrek hypotheekrente
Belanghebbende had in zijn aangifte inkomstenbelasting over 2000 een bedrag van ƒ 2.268 als kosten van geldleningen voor de eigen woning opgevoerd, bestaande uit de geldwaarde van drie ingeleverde verlofdagen in 1999 en 2000, die door zijn werkgever, de gemeente, rechtstreeks op de hypotheekrente was gekort. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op omdat het belastbare inkomen met dit bedrag verhoogd moest worden, aangezien het bedrag twee keer buiten de belastingheffing was gehouden.
Belanghebbende stelde dat de Inspecteur geen navorderingsaanslag mocht opleggen omdat hij bij het opleggen van de voorlopige en definitieve aanslag bekend was met het feit of dat redelijkerwijs had kunnen zijn, en dat de Inspecteur handelde in strijd met het vertrouwensbeginsel. Het Hof oordeelde dat er sprake was van ambtelijk verzuim omdat de Inspecteur niet nader onderzoek had verricht ondanks dat er aanleiding toe was.
Echter, het Hof stelde vast dat belanghebbende te kwader trouw was, omdat hij wist of had moeten weten dat het bedrag niet twee keer in aftrek kon worden gebracht. Dit kwalificeerde als voorwaardelijk opzet. Hierdoor was de navordering gerechtvaardigd en was er geen sprake van strijd met het vertrouwensbeginsel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag bevestigd wegens kwade trouw.