ECLI:NL:GHARN:2003:AF7715
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J. Matthijssen
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarden onroerende zaken gemeente Ede na beroep belanghebbende
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarden van twee onroerende zaken gelegen in de gemeente Ede. De heffingsambtenaar had de waarden vastgesteld op basis van taxatierapporten met peildatum 1 januari 1999, rekening houdend met de staat van de zaken op 1 januari 2001.
Het hof oordeelde dat de twee panden als afzonderlijke onroerende zaken moesten worden aangemerkt en dat de ambtenaar de waarde van het eerste pand aannemelijk had gemaakt. Voor het tweede pand, een bovenwoning uit circa 1900, stelde het hof vast dat de ambtenaar onvoldoende had onderbouwd dat de beperkingen van het pand waren meegewogen in de waardebepaling. Hierdoor kon de door belanghebbende verdedigde lagere waarde worden aangenomen.
Het hof vernietigde de eerdere uitspraak en stelde de WOZ-waarde van het eerste pand vast op €216.547 en die van de bovenwoning op €55.721. Tevens werd de gemeente Ede veroordeeld het betaalde griffierecht aan belanghebbende te vergoeden. Tegen deze mondelinge uitspraak is geen cassatieberoep mogelijk.
Uitkomst: WOZ-waarden van twee panden in gemeente Ede worden verminderd tot respectievelijk €216.547 en €55.721.