ECLI:NL:GHARN:2003:AF7721
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting wegens verblijfkosten bij longtransplantatie als buitengewone lasten
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting 1999 waarbij verblijfkosten tijdens de ziekenhuisopname van zijn echtgenote voor een dubbelzijdige longtransplantatie niet als aftrekbare buitengewone lasten werden erkend.
Het Gerechtshof stelde vast dat de echtgenote in 1999 driemaal in het Academisch Ziekenhuis was opgenomen voor de behandeling, waarbij belanghebbende en in de eerste periode ook zijn drie kinderen in door het ziekenhuis ter beschikking gestelde kamers verbleven. De kosten van deze kamers en extra kosten van verteer werden door belanghebbende betaald.
De Inspecteur kwalificeerde deze verblijfkosten als reiskosten voor ziekenbezoek, welke niet aftrekbaar zijn. Het hof oordeelde echter dat de aanwezigheid van belanghebbende en zijn kinderen noodzakelijk was als onderdeel van de medische behandeling, mede gelet op het draaiboek van het ziekenhuis en een deskundige brief van een internist.
Daarmee zijn de verblijfkosten aan te merken als noodzakelijke kosten van geneeskundige hulp en dus aftrekbare buitengewone lasten. Het hof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur, verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van € 28.753 en veroordeelde de Staat tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van de aanwezigheid van familie bij risicovolle medische behandelingen en erkent de verblijfkosten als onderdeel van de behandeling voor fiscale aftrek.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd omdat verblijfkosten tijdens ziekenhuisopname als aftrekbare buitengewone lasten worden erkend.