ECLI:NL:GHARN:2003:AF9099
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Barels
- Van Kuijck
- Nunnikhoven
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verzoek voorlopige hechtenis
Het gerechtshof Arnhem behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beslissing van de rechtbank Arnhem van 2 mei 2003, waarin het verzoek tot opheffing dan wel schorsing van voorlopige hechtenis werd afgewezen. Het hof heeft de advocaat-generaal en verdachte gehoord in raadkamer en de stukken bestudeerd, waaronder de verklaring ex artikel 451a Sv.
Het hof overweegt dat het hoger beroep zich mede richt tegen een tussenbeslissing van de rechtbank, namelijk de afwijzing van het verzoek tot schorsing van voorlopige hechtenis. Op grond van artikel 406 Sv Pro is het beroep tegen dergelijke tussenbeslissingen niet ontvankelijk. Verder stelt het hof vast dat verdachte eerder, op 30 januari 2003, reeds een verzoek tot opheffing of schorsing van voorlopige hechtenis heeft ingediend.
Omdat het huidige hoger beroep zich niet richt tegen die eerste afwijzing, maar tegen een latere afwijzing, is verdachte niet-ontvankelijk. Hoewel het bevel tot gevangenhouding is verlengd met een aanvullend feit conform artikel 67b Sv, ontbreekt een uitzonderingsbepaling die partiële ontvankelijkheid mogelijk maakt. Daarom verklaart het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk en handhaaft het de voorlopige hechtenis.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk en handhaaft de voorlopige hechtenis.