ECLI:NL:GHARN:2003:AF9100
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van Houten
- Boekhorst Carrillo
- Mintjes
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen verontrusten en vernielen van beschermde vogels in Kuinderbos
Verdachte werd beschuldigd van het medeplegen van het opzettelijk verontrusten van beschermde vogels zoals winterkoningen, zwartkoppen en spechten, en het opzettelijk verstoren en vernielen van hun nesten in het Kuinderbos door het vellen en verwijderen van bomen met een machine in het broedseizoen 2001.
Het hof stelde vast dat verdachte deze handelingen heeft verricht zonder de vereiste vergunning of vrijstelling op grond van artikel 10 van Pro de Vogelwet 1936, ondanks dat de wet een uitzondering biedt bij afweging van belangen. Verdachte voerde aan dat hij handelde conform een later opgestelde leidraad en dat er geen redelijk alternatief was vanwege natte grond en economische belangen, maar het hof verwierp deze verweren wegens gebrek aan feitelijke grondslag.
Het hof oordeelde dat het vellen van bomen in het broedseizoen, waarbij de aanmerkelijke kans bestaat dat vogels worden verontrust en nesten worden vernield, onder de artikelen 5 en 8 van de Vogelwet valt. Het opzetvereiste werd ruim uitgelegd, zodat ook handelen zonder primair oogmerk strafbaar kan zijn. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en veroordeelde verdachte tot een voorwaardelijke geldboete van €16.000 met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van €16.000 wegens medeplegen van het opzettelijk verontrusten van beschermde vogels en vernielen van hun nesten.