ECLI:NL:GHARN:2003:AF9670
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- mr De Kroon
- mr Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag wegens onvoldoende bewijs en toekenning kostenvergoeding
Belanghebbende stelde beroep in tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1994, opgelegd wegens vermeende niet aangegeven uitdeling door de BV aan [X] van niet doorbetaalde kortingen aan apothekers. Het geschil betrof de bewijsvoering van deze uitdeling, de rechtmatigheid van de verhoging en de procedurele aspecten.
Het Hof constateerde dat de Inspecteur onvoldoende concreet bewijs had geleverd dat [X] zeggenschap had over de vennootschappen waar de kortingen op werden gestort en dat hij de kortingen daadwerkelijk heeft ontvangen of achtergehouden. De verklaringen van apothekers en andere stukken boden onvoldoende houvast. Ook ontbrak bewijs van opzet bij belanghebbende of haar adviseur.
Daarnaast was de Inspecteur nalatig geweest in het tijdig afronden van het boekenonderzoek, dat pas na het instellen van beroep werd gestart en ruim 14 maanden duurde. Het Hof oordeelde dat dit rechtvaardigt dat belanghebbende een vergoeding krijgt voor de gemaakte advieskosten.
Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de navorderingsaanslag en veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van het griffierecht, proceskosten en een bedrag van € 20.000 aan advieskosten. De Staat werd aangewezen als de rechtspersoon die deze kosten dient te vergoeden.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt vernietigd en de Inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van kosten aan belanghebbende.