ECLI:NL:GHARN:2003:AG0193
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid van rente op hypothecaire geldlening voor woningverbetering
Belanghebbende en zijn echtgenote woonden in een eigen woning die zij in 1968 financierden met een hypothecaire geldlening die in 1998 afliep. Begin 1997 wilden zij hun woning en garage verbeteren en onderhouden, mede vanwege hun leeftijd en naderende pensionering. Belanghebbende wilde de benodigde middelen verkrijgen door verhoging van de bestaande lening, maar de geldverstrekker wilde dit alleen toestaan tegen boeterente. Daarom besloot belanghebbende pas in oktober 1998 een nieuwe lening aan te gaan.
Ondertussen had belanghebbende al aanzienlijke bedragen besteed aan sloop en vervanging van de garage en onderhoud van de woning, gefinancierd uit eigen middelen. In de aangifte over 2000 bracht belanghebbende de rente van de nieuwe lening in mindering op de inkomsten uit eigen woning. De Inspecteur accepteerde slechts een deel van de renteaftrek, omdat hij vond dat het causaal verband ontbrak voor een bedrag van ƒ 40.000.
Het hof oordeelde dat belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat het van meet af aan de bedoeling was de werkzaamheden te financieren met een hypothecaire lening, en dat de late leningaanvang bijzondere omstandigheden betrof. Daarom is de rente over de gehele lening aftrekbaar en moet het belastbare inkomen worden vastgesteld op het door belanghebbende opgegeven bedrag. De Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rente op de gehele hypothecaire geldlening is aftrekbaar en het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard.