ECLI:NL:GHARN:2003:AG0225
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- De Kroon
- Ettema
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van voordeel bij aan- en verkoop pand binnen familie
Belanghebbende kocht in 1994 een pand van zijn ouders voor een bedrag van 108.000 gulden, vastgesteld door een taxateur die niet beëdigd was. Kort daarna verkocht hij het pand voor 210.000 gulden aan een derde partij. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op over het gerealiseerde voordeel van circa 97.240 gulden, stellende dat dit voordeel belastbaar was als inkomen uit niet in dienstbetrekking verrichte werkzaamheden.
Belanghebbende betoogde dat de aankoop een familietransactie was waarbij zijn ouders hem uit vrijgevigheid bevoordeelden, en dat het voordeel niet aan zijn arbeid kon worden toegerekend. Het Hof stelde vast dat de taxatie niet gebruikelijk was, dat het risico pas bij levering overging en dat de ouders bewust een lagere prijs hadden gehanteerd. De Inspecteur kon geen bewijs leveren van een andere intentie en had de ouders niet als getuigen gehoord.
Het Hof oordeelde dat het voordeel voortkwam uit vrijgevigheid en niet belastbaar was als inkomen uit werkzaamheden. De navorderingsaanslag en de uitspraak van de Inspecteur werden vernietigd. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het arrest bevestigt dat voordelen uit familietransacties niet zonder meer belastbaar zijn indien zij voortkomen uit schenking.
Uitkomst: Het Gerechtshof vernietigt de navorderingsaanslag omdat het voordeel voortkomt uit vrijgevigheid en niet belastbaar is.