ECLI:NL:GHARN:2003:AI0163
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Otte
- Rutgers van der Loeff
- Lauwaars
- Rechtspraak.nl
Beëindiging maatregel plaatsing verslaafde wegens psychiatrische onmacht
Betrokkene was geplaatst in een inrichting voor de opvang van verslaafden op grond van een maatregel opgelegd door de rechtbank Maastricht. Tegen de voortzetting van deze maatregel werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem.
Tijdens de raadkamer van 7 juli 2003 werd vastgesteld dat betrokkene niet weigert maar door ernstige psychiatrische problematiek niet in staat is het behandelprogramma te volgen. De inrichtingspsycholoog adviseerde beëindiging van de maatregel, terwijl de advocaat-generaal de voortzetting bepleitte.
Het hof constateerde dat de behandeling van het hoger beroep niet spoedig genoeg had plaatsgevonden, wat een schending van artikel 5 lid 4 EVRM Pro opleverde. Desondanks vond het hof dat deze schending voldoende werd gecompenseerd door de vernietiging van de beslissing en de inhoudelijke beoordeling.
Het hof hanteerde een beslissingskader waarbij het risico op ernstige overlast bij invrijheidstelling en de mogelijkheid tot beheersing van de verslavingsproblematiek werden afgewogen. Gezien de psychiatrische onmacht van betrokkene achtte het hof voortzetting van de maatregel niet zinvol en besloot tot beëindiging.
De beslissing van de rechtbank Maastricht van 4 december 2002 werd vernietigd en de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor verslaafden beëindigd.
Uitkomst: De maatregel tot plaatsing in een inrichting voor verslaafden wordt beëindigd wegens psychiatrische onmacht van betrokkene.