ECLI:NL:GHARN:2003:AJ3344
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Van Ginkel
- Groen
- Van Ginhoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging teruggeleiding kinderen naar Spanje op grond van Haags Kinderontvoeringsverdrag
In deze zaak stond de vraag centraal of de moeder de kinderen van Spanje naar Nederland mocht overbrengen zonder toestemming van de vader, die samen met haar het gezag over de kinderen deelt. Het hof heeft het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) gevraagd te rapporteren over de toepassing van Spaans recht op het gezagsrecht van de vader en de moeder.
Het IJI concludeerde dat het Spaanse recht het gezagsrecht van de vader niet zodanig beperkt dat de overbrenging niet in strijd is met zijn rechten. Het hof onderschreef deze conclusie en oordeelde dat de overbrenging zonder toestemming van de vader ongeoorloofd is volgens het Haags Kinderontvoeringsverdrag. De moeder had onvoldoende feiten gesteld om te bewijzen dat de terugkeer naar Spanje in strijd zou zijn met fundamentele mensenrechten.
De moeder voerde onder meer aan dat het Haags Kinderbeschermingsverdrag voorrang zou moeten krijgen, maar het hof stelde dat het Kinderontvoeringsverdrag voorrang heeft. Ook de kostenvordering van de vader op grond van artikel 26 van Pro het verdrag werd afgewezen omdat de moeder een verdedigbaar standpunt innam. Alle grieven van partijen faalden, en het hof bekrachtigde het vonnis van de president, waarbij de kosten in hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en bevestigt de teruggeleiding van de kinderen naar Spanje.