ECLI:NL:GHARN:2003:AK4036
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Lamens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zelfstandigheid woonruimten voor toepassing rioolrechtenverordening
Belanghebbende is eigenaar van een onroerende zaak die deels in vruchtgebruik is gegeven aan zijn ouders. De kern van het geschil betrof de vraag of deze onroerende zaak moet worden aangemerkt als één of twee zelfstandige woonruimten voor de toepassing van artikel 2 van Pro de Verordening rioolrechten 2000.
Het hof overwoog dat het gemeenschappelijk gebruik van voorzieningen zoals een douche en toilet door belanghebbende en zijn ouders wijst op één onroerende zaak. Hierdoor is slechts één eigenaar of zakelijk gerechtigde aansprakelijk voor de rioolrechtenheffing.
De aanslag gemeentelijke belastingen voor het rioolrecht werd vernietigd en het door belanghebbende betaalde griffierecht werd aan hem vergoed. Het hof stelde dat de vraag of de vader van belanghebbende als belastingplichtige kon worden aangeslagen niet in deze procedure aan de orde was.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd mondeling gedaan en partijen konden binnen vier weken verzoeken om een schriftelijke vervanging, waarbij de inhoud niet heroverwogen kan worden.
Uitkomst: De aanslag rioolrechten wordt vernietigd en de onroerende zaak wordt als één zelfstandige woonruimte aangemerkt.