ECLI:NL:GHARN:2003:AK4445
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C.M. de Kroon
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde vrijstaand woonhuis na correctie cultuurgrondwaardering
Belanghebbende betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning en het bijbehorende perceel, omdat de cultuurgrond onterecht in de waardering was betrokken. Volgens hem werd deze grond sinds 1976 bedrijfsmatig gebruikt voor paardenhouderij en had zij een agrarische bestemming. De gemeente had de cultuurgrond echter als niet-bedrijfsmatig gewaardeerd, mede op basis van een koopovereenkomst waarin het perceel als weiland voor hobbypaarden werd aangeduid.
Het hof oordeelde dat de hoofdregel van artikel 18, lid 1, WOZ geldt, waarbij de waarde wordt bepaald op de waardepeildatum 1 januari 1999. Er was geen sprake van een verandering in zelfstandigheid of waarde na die datum die een afwijking rechtvaardigde. De omschrijving in de koopakte was onvoldoende om het bedrijfsmatige karakter van de exploitatie op de peildatum te ontkennen.
Het hof stelde vast dat de cultuurgrond volgens artikel 2, lid 1, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling WOZ buiten de waardering moest blijven. De waarde van het huisperceel werd daarom verminderd van ƒ 642.000 (€ 291.326) naar € 234.263. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De WOZ-waarde van het woonhuis wordt verminderd tot € 234.263 vanwege correcte uitsluiting van cultuurgrond uit de waardering.