ECLI:NL:GHARN:2003:AL1189
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C.M. de Kroon
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde vrijstaand bakhuis wegens planologische beperkingen en gebrek aan gedoogrecht
Het Gerechtshof Arnhem behandelde het beroep tegen de WOZ-waardebeschikking van een vrijstaand bakhuis, gelegen op een perceel in de gemeente Brummen. Het object, oorspronkelijk bestemd als berging en garage, werd door de zoon van het echtpaar dat het kocht als woning gebruikt. De gemeente had de waarde vastgesteld op ƒ 186.000 (€ 84.403), maar belanghebbende betwistte deze waarde.
De rechtbank stelde vast dat het overgangsrecht uit het bestemmingsplan Buitengebied 1982 niet van toepassing was op de permanente bewoning door de zoon, waardoor geen gedoogbeleid voor deze bewoning bestond. Dit betekende dat de planologische bestemming gehandhaafd bleef en de marktwaarde dienovereenkomstig moest worden vastgesteld. De gemeente kon geen aannemelijke verklaring geven voor de sterke waardestijging ten opzichte van eerdere peildata.
Het hof oordeelde dat de waarde verder moest worden verminderd tot ƒ 60.000 (€ 27.227), mede gelet op het feit dat de koopsom gebaseerd was op een taxatierapport en dat de gemeente gebonden was aan wettelijke regels die niet waren nageleefd. Tevens werden de proceskosten en griffierechten aan belanghebbende toegewezen. Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk.
Uitkomst: De WOZ-waarde van het bakhuis wordt verminderd tot ƒ 60.000 (€ 27.227) wegens het ontbreken van een gedoogrecht voor permanente bewoning.