ECLI:NL:GHARN:2003:AL1470
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. den Ouden
- mr. Ettema
- mr. Visser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de rechtmatigheid van geheven bouw- en welstandsleges door gemeente Nijmegen
Belanghebbende, V.O.F. [X], maakte bezwaar tegen een factuur van de gemeente Nijmegen voor bouw- en welstandsleges ter hoogte van ƒ 97.650, gebaseerd op een bouwsom van ƒ 7.673.500. De gemeente had de leges berekend volgens de legesverordening 1997, vastgesteld op 12‰ van de bouwkosten plus welstandsleges.
De rechtbank verklaarde het bezwaar deels niet-ontvankelijk en ongegrond. Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof Arnhem, dat de ontvankelijkheid van het bezwaar herstelde, maar de hoogte van de leges handhaafde. Het hof oordeelde dat er geen rechtstreeks verband hoeft te zijn tussen de hoogte van de leges en de omvang van de verleende diensten, conform eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad.
Belanghebbende stelde dat sprake was van dubbele plankosten, maar het hof vond aannemelijk dat deze kosten niet waren inbegrepen in de leges. Ook werd erkend dat de gemeente het voorschrift van artikel 229b Gemeentewet niet had overtreden. Het hof gelastte de gemeente het gestorte griffierecht aan belanghebbende te vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door mr. Den Ouden, mr. Ettema en mr. Visser op 6 augustus 2003, met griffier mr. Aalbersberg. Partijen kregen de mogelijkheid tot cassatie bij de Hoge Raad binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard voor de ontvankelijkheid, de legesfactuur wordt gehandhaafd en het griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.