ECLI:NL:GHARN:2003:AL1955
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Houtman
- Smeeïng-Van Hees
- Hilverda
- Rechtspraak.nl
Vervallenverklaring van de appèlinstantie wegens niet-voortzetting binnen drie jaar
De curator vorderde de vervallenverklaring van de appèlinstantie omdat de zaak na het arrest van de Hoge Raad van 12 november 1999 meer dan drie jaar niet was voortgezet. De appellant voerde verweer dat de curator de zaak toch inhoudelijk aan het hof had voorgelegd en dat de vordering misbruik van procesrecht zou zijn. Het hof verwierp deze verweren omdat de curator slechts de eerdere uitspraken had aangehaald en de vordering tot vervallenverklaring volgens de oude procesregels was toegestaan.
De zaak was aangevangen bij exploot van 23 april 1997 en na verwijzing door de Hoge Raad was de zaak lange tijd niet voortgezet. De curator had bij exploot van 14 februari 2003 de vervallenverklaring gevorderd en de appellant opgeroepen voor de terechtzitting. Het hof stelde vast dat aan de formele vereisten voor vervallenverklaring was voldaan en dat het ambtshalve royement van de procedure bij de rechtbank Maastricht geen beletsel vormde.
Het hof verklaarde de appèlinstantie vervallen, waardoor het tussenvonnis van 20 februari 1997 kracht van gewijsde kreeg. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: De appèlinstantie wordt vervallen verklaard wegens niet-voortzetting binnen drie jaar, waardoor het tussenvonnis kracht van gewijsde krijgt.