ECLI:NL:GHARN:2003:AM7823

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
24 september 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02-03178
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • T.J. Matthijssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging oordeel over aftrek reiskosten omrijden bij werkzaamheden trombosedienst

Belanghebbende, werkzaam als medewerker bij een trombosedienst, reisde in 1999 regelmatig van haar woonplaats naar het laboratorium en nam onderweg bloedmonsters af bij patiënten thuis en prikposten, waarbij zij dagelijks ongeveer 90 kilometer aflegde.

Het hof oordeelt dat op het reizen tussen woonplaats en laboratorium het reiskostenforfait van toepassing is. De kosten die samenhangen met het omrijden langs verschillende patiënten en prikposten zijn aftrekbare kosten, mits deze samen met andere aftrekbare kosten het kostenforfait overschrijden. Dit standpunt van de inspecteur wordt als juist bevestigd, ook al was belanghebbende door haar werkzaamheden genoodzaakt haar eigen auto te gebruiken.

Belanghebbende slaagt er niet in aannemelijk te maken dat haar aftrekbare kosten, rekening houdend met de ontvangen vergoeding en de limiet van ƒ 0,60 per omrijkilometer, het arbeidskostenforfait overschrijden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Het hof ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt de uitspraak waarvan beroep.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt dat de omrijkosten aftrekbaar zijn voor zover zij het reiskostenforfait overschrijden en verklaart het beroep ongegrond.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
vierde enkelvoudige belastingkamer
nummer 02/03178 (inkomstenbelasting)
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende : [X]
te : [Z]
ambtenaar : Inspecteur van de Belastingdienst/[P]
aangevallen beslissing : uitspraak d.d. 4 juli 2002 op bezwaar
aanslagnummer : […H.96]
soort belasting : inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen
jaar : 1999
mondelinge behandeling : met schriftelijke toestemming van beide partijen niet gehouden
gronden:
1. Gezien de stukken, in het bijzonder de conclusie van repliek, acht het Hof aannemelijk dat belanghebbende in 1999 regelmatig van haar woonplaats ([Z]) naar het laboratorium van de trombosedienst [a te Q] placht te reizen waarbij zij onderweg, binnen het aan haar toegewezen gebied, op verschillende plaatsen bij patiënten thuis en op zogenaamde prikposten bloedmonsters afnam en dagelijks ongeveer 90 kilometer aflegde.
2. In een dergelijk geval is op het reizen tussen [Z] en [Q] het reiskostenforfait van toepassing en zijn de kosten verbonden aan het omrijden langs verschillende patiënten en prikposten aftrekbare kosten die voor aftrek in aanmerking komen voor zover zij, tezamen met eventuele andere aftrekbare kosten, het kostenforfait overschrijden. In zoverre is het subsidiaire standpunt van de Inspecteur, zoals verwoord in de conclusie van dupliek, juist. Hieraan doet niet af dat belanghebbende door de aard van haar werkzaamheden genoodzaakt was van haar eigen auto gebruik te maken.
3. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat indien wordt uitgegaan van het onder 2 gegeven oordeel en indien rekening wordt gehouden met de door haar genoten vergoeding (naar het Hof aannemelijk acht: ƒ 2.888) en de limitering van de kilometerkosten van de omrijkilometers tot ƒ 0,60, haar aftrekbare kosten het arbeidskostenforfait van ƒ 3.174 overschrijden.
4. Het beroep van belanghebbende is ongegrond.
proceskosten:
Het Hof acht geen termen aanwezig voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
beslissing:
Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak waarvan beroep.
Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2003 door mr. Matthijssen, raadsheer, lid van de vierde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mw. Grob als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, Het lid van de voormelde kamer,
(M.M.C. Grob) (T.J. Matthijssen)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 9 oktober 2003
Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het gerechtshof verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.
De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.