ECLI:NL:GHARN:2003:AN8616
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- A.W. Steeg
- Smeeïng-Van Hees
- Hilverda
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek rogatoire commissie voor getuigenverhoren in Australië in civiele geldleningszaak
In deze civiele zaak gaat het om een geschil tussen partijen over de vraag of en wanneer geldleningen zijn aangegaan en opeisbaar zijn geworden, alsmede over de overeengekomen rente van 15% per jaar. De appellant, woonachtig in Australië, heeft een verzoek gedaan om getuigen die in Australië wonen bij rogatoire commissie te laten horen door een rechterlijk college aldaar.
Het hof beoordeelt dit verzoek aan de hand van het Haags Bewijsverdrag 1970 en de Nederlandse Uitvoeringswet Bewijsverdrag. Het hof acht het verzoek in beginsel toelaatbaar, ondanks de bezwaren van de geïntimeerde over mogelijke vertraging en extra kosten. De partijgetuige appellant moet eerst in Nederland worden gehoord, waarna de rogatoire commissie kan worden uitgevoerd.
Het hof bepaalt dat de getuigenverklaringen onder ede of belofte volgens Nederlands recht worden afgenomen, met inachtneming van het verschoningsrecht. De rogatoire commissie gaat vergezeld van een beëdigde vertaling in het Engels. Kosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Verhinderdagen voor getuigenverhoor en comparitie worden peremptoir vastgesteld, met beperkte mogelijkheid tot uitstel.
Het arrest bevestigt de praktische en doelmatige rechtspleging en waarborgt de rechten van partijen op een eerlijk proces binnen redelijke termijn. Het verzoek om rogatoire commissie wordt toegewezen onder de genoemde voorwaarden, met verdere beslissingen aangehouden.
Uitkomst: Het verzoek om getuigen in Australië bij rogatoire commissie te horen wordt toegewezen onder voorwaarden, met eerst verhoor van de partijgetuige in Nederland.