ECLI:NL:GHARN:2003:AN9586
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Mens
- Wammes
- Van Ginhoven
- Rechtspraak.nl
Belang van minderjarige bij keuze gewone verblijfplaats tussen ouders
In deze zaak stond de vraag centraal bij welke ouder de minderjarige Joey, ouder dan 12 jaar, zijn gewone verblijfplaats zou moeten hebben. De moeder, die het gezag heeft, wilde dat Joey bij haar zou verblijven, terwijl Joey zelf de voorkeur gaf aan verblijf bij zijn vader. De voorzieningenrechter had eerder geoordeeld dat de gezagdragende ouder zeggenschap heeft over de verblijfplaats, maar het hof benadrukte dat het belang van het kind voorop staat.
De moeder voerde meerdere grieven aan tegen het vonnis van de voorzieningenrechter, waaronder dat Joey veel schooluren mist en dat de vader onvoldoende toezicht houdt. Ook stelde zij dat er een afspraak was dat Joey tijdelijk bij de vader verbleef. Het hof oordeelde echter dat onvoldoende feiten waren aangevoerd om de verblijfplaats direct bij de moeder vast te stellen en hechtte veel waarde aan de wens van Joey zelf.
Het hof wees erop dat de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek doet in de lopende bodemprocedure en dat Joey zelf gehoord zal worden. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis van de voorzieningenrechter werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de gewone verblijfplaats van de minderjarige voorlopig bij de vader blijft.