ECLI:NL:GHARN:2003:AO0413
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Lensing
- Vegter
- Koksma
- Rechtspraak.nl
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wegens schending procesorde bij MKZ-opslagonderzoek
Op 18 mei 2001 werd een strafrechtelijk onderzoek gestart naar de opslag van kadavers en versneden vlees bij koel- en vrieshuizen in de Noordoostpolder, in verband met stankoverlast en mogelijke overtredingen tijdens de MKZ-crisis. Dit onderzoek werd op dezelfde dag door de hoofdofficier van justitie wegens overmacht stopgezet. De betrokken bedrijven, waaronder verdachte, kregen de indruk dat zij niet strafrechtelijk vervolgd zouden worden.
Later, zonder duidelijke en deugdelijke redenen, werd het onderzoek hervat en werd tot vervolging overgegaan. Het hof oordeelt dat het Openbaar Ministerie hiermee de beginselen van een behoorlijke procesorde heeft geschonden, met name het vertrouwensbeginsel en de redelijke en billijke belangenafweging. De gang van zaken heeft bij verdachte de gerechtvaardigde verwachting gewekt dat vervolging niet zou plaatsvinden.
Diverse getuigenverklaringen bevestigen dat de situatie als een crisis werd gezien, dat er door overheidsinstanties een gedoogbeleid werd gevoerd en dat de betrokken bedrijven geen aanwijzingen kregen om hun situatie juridisch te regulariseren. Het hof acht het niet aannemelijk dat het Openbaar Ministerie gerechtvaardigde redenen had om het onderzoek alsnog voort te zetten.
Daarom verklaart het hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging tegen verdachte en vernietigt het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging wegens schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde.