ECLI:NL:GHARN:2003:AO0415
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Lensing
- Vegter
- Koksma
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie wegens schending beginselen behoorlijke procesorde in MKZ-opslagzaak
Op 18 mei 2001 werd een strafrechtelijk onderzoek gestart naar de opslag van kadavers en versneden vlees in koel- en vrieshuizen in de Noordoostpolder, in het kader van de MKZ-crisis. Dit onderzoek werd dezelfde dag door de hoofdofficier van justitie stopgezet wegens een overmachtsituatie, waarbij de betrokken bedrijven en gemeente erop mochten vertrouwen dat zij niet strafrechtelijk vervolgd zouden worden.
Later werd het onderzoek echter hervat en werd alsnog tot vervolging overgegaan, zonder duidelijke en deugdelijke redenen voor deze koerswijziging. Het hof oordeelde dat het Openbaar Ministerie hiermee de beginselen van een behoorlijke procesorde, in het bijzonder het vertrouwensbeginsel en de redelijke en billijke belangenafweging, heeft geschonden.
Diverse verklaringen van betrokkenen, waaronder vertegenwoordigers van de koelhuizen, gemeente en het ministerie, bevestigen dat er sprake was van een crisis- en overmachtsituatie en dat de betrokkenen mochten vertrouwen op het niet vervolgd worden. Het Openbaar Ministerie heeft nagelaten deze verwachtingen te corrigeren of de betrokkenen te informeren over de mogelijke hervatting van het onderzoek.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging, waarmee een duidelijke grens werd gesteld aan het handelen van het Openbaar Ministerie in dergelijke complexe crisisomstandigheden.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging wegens schending van het vertrouwensbeginsel en redelijke belangenafweging.