ECLI:NL:GHARN:2003:AO1778

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
22 december 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02-03488
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Gemeentewet Art. 225
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens onduidelijke parkeerregeling

Op 8 juni 2002 parkeerde belanghebbende zijn voertuig op een locatie in Raalte waar betaald parkeren was ingevoerd, zonder de verschuldigde parkeerbelasting te voldoen. Belanghebbende stelde dat de blauwe markering van de voormalige blauwe zone nog zichtbaar was en hij daarom een parkeerschijf gebruikte. De parkeercontroleur wees hem op de situatie van betaald parkeren, maar het bord was vanuit het parkeervak niet zichtbaar.

De ambtenaar verklaarde dat de blauwe markering nog niet was verwijderd terwijl de bebording voor betaald parkeren al was aangebracht. Het Hof oordeelde dat hierdoor een onduidelijke situatie ontstond die de indruk wekte dat parkeren met parkeerschijf was toegestaan. Het Hof hechtte geloof aan de verklaring van belanghebbende en vond dat deze onduidelijkheid niet aan hem kon worden toegerekend, maar voor rekening van de gemeente Raalte moest blijven.

Daarom verklaarde het Hof het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak en de naheffingsaanslag, en veroordeelde de gemeente Raalte tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk.

Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt vernietigd wegens onduidelijke parkeerregeling.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
achtste enkelvoudige belastingkamer
nummer 02/03488 (parkeerbelasting)
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende : X]
te : [Z]
verweerder : de heffingsambtenaar van de gemeente Raalte (hierna: de Ambtenaar)
aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar
betreft : naheffingsaanslag parkeerbelasting
nummer : [01]
mondelinge behandeling : op 10 december 2003 te Arnhem
waarbij verschenen : belanghebbende alsmede [de Ambtenaar]
gronden:
1. Op 8 juni 2002 heeft belanghebbende zijn voertuig met kenteken [00-AA-BB] op de [a-weg] te Raalte geparkeerd zonder - zoals aldaar is vereist - de daarvoor bij de aanvang van het parkeren verschuldigde parkeerbelasting te voldoen. Aan belanghebbende is ter zake hiervan de onderhavige naheffingsaanslag opgelegd.
2. Belanghebbende stelt dat op de onder 1. bedoelde plaats waar hij zijn voertuig heeft geparkeerd de markering van een zogenoemde blauwe zone duidelijk zichtbaar was aangebracht. Hij heeft om die reden een parkeerschijf, ingesteld op 14.00 uur zijnde de aanvangstijd van het parkeren, zichtbaar in zijn voertuig neergelegd. Belanghebbende is geen inwoner van de gemeente Raalte en is ter plaatse niet bekend. Bij terugkomst bij zijn voertuig is hij door de parkeercontroleur, die toen de naheffingsaanslag uitschreef, gewezen op de situatie van 'betaald parkeren'. Het desbetreffende bord was echter vanuit het parkeervak waar hij parkeerde niet zichtbaar.
3. De Ambtenaar heeft ter zitting - evenals de ambtenaar die de naheffingsaanslag aan belanghebbende heeft opgelegd - verklaard dat het 'betaald parkeren' eerst enige weken voor 8 juni 2002 is ingevoerd en dat de blauwe markering van de voorheen geldende regeling waarbij parkeren was toegestaan met gebruikmaking van een parkeerschijf nog niet was verwijderd. De bij deze zogenoemde blauwe zone behorende bebording was echter wel verwijderd en de bebording ter aanduiding van het betaald parkeren was reeds aangebracht.
4. Hoewel het betaald parkeren de enige geldende parkeerregeling was ten tijde van het parkeren door belanghebbende, is het Hof van oordeel dat door het niet verwijderen van de blauwe markering ter plaatse een onduidelijke situatie is ontstaan omtrent de geldende parkeerregeling en de indruk kan zijn gewekt dat parkeren met gebruikmaking van een parkeerschijf was toegestaan. Het Hof hecht geloof aan de verklaringen die belanghebbende te dier zake ter zitting heeft afgelegd en is van oordeel dat deze onduidelijke situatie hem niet kan worden aangerekend maar voor rekening en risico van de gemeente Raalte dient te blijven.
5. Gelet op het vorenstaande is het Hof van oordeel dat de onderhavige naheffingsaanslag ten onrechte aan belanghebbende is opgelegd.
proceskosten:
Belanghebbendes proceskosten zijn in overeenstemming met het Besluit proceskosten bestuursrecht te berekenen op € 18,50 (reis- en verblijfkosten).
beslissing:
Het Gerechtshof:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak waarvan beroep;
- vernietigt de onderhavige belastingaanslag;
- gelast dat de gemeente Raalte aan belanghebbende vergoedt het door deze gestorte griffierecht van € 29;
- veroordeelt de Ambtenaar in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van € 18,50 en wijst de gemeente Raalte aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.
Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2003 door mr. J.P.M. Kooijmans, lid van de achtste enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Sitsen als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, Het lid van de voormelde kamer,
(J.M. Sitsen) (J.P.M. Kooijmans)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 24 december 2003
Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het Gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het Gerechtshof verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het Gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.
De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.