ECLI:NL:GHARN:2003:AO1808
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Mens
- Groen
- Renckens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie na echtscheiding met beoordeling draagkracht en behoefte
Na verwijzing door de Hoge Raad heeft het Gerechtshof Arnhem het hoger beroep behandeld over de partneralimentatieverplichting van de man jegens de vrouw na hun echtscheiding. De vrouw verzocht om een hogere alimentatievergoeding vanaf 1998, terwijl de man betwistte dat hij nog verplicht was te betalen en stelde een lagere bijdrage voor.
Het hof onderzocht de feiten, waaronder de samenwoning van de vrouw met een ander, de inkomsten en lasten van beide partijen, en de draagkracht van de man. De Hoge Raad had eerder geoordeeld dat de samenwoning van de vrouw met een gehuwde man niet onder artikel 1:160 BW Pro valt, zodat dit geen reden is om de alimentatie te beëindigen.
Het hof oordeelde dat de vrouw nog steeds behoefte had aan alimentatie en dat de man voldoende draagkracht had om een bijdrage te leveren. De man had onvoldoende bewijs geleverd om de inkomsten uit zijn massagepraktijk anders te waarderen dan eerder vastgesteld. Het hof stelde de alimentatie vast op ƒ 754,- per maand vanaf 1 januari 1998 en op ƒ 1.225,- vanaf 1 januari 2001, waarbij teveel betaalde bedragen kunnen worden verrekend. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt vastgesteld op ƒ 754,- per maand vanaf 1 januari 1998 en ƒ 1.225,- vanaf 1 januari 2001, met verrekening van teveel betaalde bedragen.